topstuk onderzoek
1/2/2012 - 1/9/2012

Opmaak van een proeflijst met genomineerde stukken

In 2012 voerde de Universiteit Antwerpen in opdracht van de Vlaamse Gemeenschap onderzoek naar het theatererfgoed in Vlaanderen, waarbij ook Het Firmament werd betrokken. Dit onderzoek moest leiden tot een lijst van stukken of collecties waaraan de minister van Cultuur het statuut van ‘topstuk’ zou kunnen toekennen. Het project werd aangestuurd door een commissie van experten verbonden aan verschillende Vlaamse universiteiten en organisaties: Till-Holger Borchert (Groeningemuseum Brugge/topstukkenraad), Prof. dr. Bruno Forment (Vrije universiteit Brussel/Universiteit Gent), Bart Magnus (voormalig Vlaams Theater Instituut), Prof. dr. Hubert Meeus (Universiteit Antwerpen), Prof. dr. Frank Peeters (Universiteit Antwerpen), Els Silvrants-Barclay (Universiteit Antwerpen), Prof. dr. Anne-Laure Van Bruaene (Universiteit Gent), Prof. dr. Luk Van den Dries (Universiteit Antwerpen), Chris Van Goethem (RITCS) en Prof. dr. Frank Willaert (Universiteit Antwerpen) en dr. Staf Vos (Het Firmament).

De commissie onderwierp het erfgoed dat in aanmerking kwam voor het topstukstatuut aan een intensieve studie, organiseerde waar nodig extra overlegmomenten met externe experten (zoals in het geval van het poppen- en figurentheater) en bevroeg verschillende collega’s, musea, instituten, bibliotheken, archieven en erfgoedorganisaties. Dit leidde tot de compilatie van een longlist die een finale commissievergadering tot een proeflijst van 37 genomineerde topstukken bewerkte. Els Silvrants-Barclay coördineerde het onderzoek en redigeerde het rapport, onder supervisie van Luk Van den Dries.

Uit het onderzoeksrapport: “We startten dit onderzoek met de wetenschap dat de aard van de stukken en/of documenten die tot het theatererfgoed gerekend kunnen worden bijzonder divers is. In een theatraal proces worden namelijk vele artefacten geproduceerd die tot het theatraal erfgoed (kunnen) behoren: een manuscript van een toneelstuk; een regieboek; een manuscript met daarin aantekeningen van een beroemd acteur; een scenografisch ontwerp, een maquette, een schilderij, tekening of gravure van een historische opvoering; een schilderij, tekening of gravure van een historisch theatergebouw; een historische technische installatie; een historisch onderdeel van een decor; een catalogus van toneeldoeken; een kostuum; een catalogus van toneelrepertoire; een affiche; een programmaboekje; een contract; proces-verbalen in verband met zeden en gebruik van de publieke ruimte, enzovoorts. We merkten daarbij op dat het theatererfgoed, ondanks het feit dat het vele artefacten voortbracht, toch in grote mate immaterieel is. Daarom namen we in deze lijst ook een aantal archivalia op die belangrijk zijn omdat ze de kennis over en de cultuurhistorische context van bepaalde immateriële opvoeringstradities levend houden.”

"De commissie benaderde het theatererfgoed als een bijzonder ruim erfgoeddomein dat veel raakvlakken vertoont met andere domeinen zoals literatuur, architectuur, beeldende kunst en muziek. Bovendien werd een erg lange periode onder de loep genomen, van de middeleeuwen tot midden de jaren tachtig van de 20ste eeuw. De veelsoortigheid van het theatraal erfgoed, het multidisciplinair perspectief en de lange periode droegen bij de exponentiële groei van het aantal objecten dat de commissie in ogenschouw moest nemen.”
(E. Silvrants-Barclay en L. Van den Dries, Topstukken uit de theatergeschiedenis. Proeflijst  (onderzoeksrapport). Univ. Antwerpen, 2012, 3
.)

Aan het uiteindelijke rapport werden ook enkele kanttekeningen en aanbevelingen toegevoegd, onder meer over de nood aan omvattende geschiedschrijving, over 3 onderbelichte terreinen (dansgeschiedenis, poppen- en figurentheater en podiumtechnieken), over audiovisuele captaties van sleutelvoorstellingen en over belangrijk theatererfgoed in Brussel.

Meer informatie:

- over het rapport: zie Els Silvrants-Barclay en Luk Van den Dries, Topstukken uit de theatergeschiedenis. Proeflijst  (onderzoeksrapport in opdracht van de Vlaamse Gemeenschap). Universiteit Antwerpen, september 2012. Contactpersoon: prof. dr. Luk Van den Dries

- over de Vlaamse Topstukken-regeling en de gehanteerde criteria

- over de 11 erkende topstukken uit de lijst (zoekterm ‘Theatererfgoed’; stand van zaken 01/08/2016)