de groene tafel re-enactment olga de soto documentaire performance ballet vlaanderen documentering kurt jooss
2012, Olga de Soto

De documentaire performances van Olga de Soto

Tot 7 juni 2015 kan men in Antwerpen nog een opvoering van De Groene Tafel  bijwonen, een meesterwerk uit de dansgeschiedenis. De Duitse choreograaf Kurt Jooss creëerde het in 1932 als aanklacht tegen oorlogsgeweld. Ballet Vlaanderen kiest voor een getrouwe reconstructie. Jeanette Vondersaar tekende voor de instudering en artistieke supervisie, zoals ze dat jarenlang deed als assistent van Jooss’ dochter Anna Markard. Net omdat de huidige generatie dansers niet meer vertrouwd is met de vooroorlogse expressionistische danstaal, eiste Markard telkens een zeer intens en langdurig repetitieproces om over de accuraatheid en nuancering in de uitvoering te waken (over de benadering van Markard). Het is met De Groene Tafel zoals met Nijinsky’s choreografie van L’Après-midi d’un faune, getuigde Suzanne K. Langer: “If it is not performed with absolute concentration on the form and expression of every movement, it loses its power” (getuigenis van Langer).

Toch koos De Spaanse, in Brussel verblijvende choreografe Olga de Soto voor een heel andere aanpak van De Groene Tafel. In twee performances, Une Introduction (2010)  en Débords. Réflexions sur la Table Verte (2012) presenteerde ze een ‘documentaire’ benadering. Ze was niet geïnteresseerd in het tot leven wekken van de vervlogen voorstelling, na de meer dan 80 revivals die De Groene Tafel al heeft gekend. Geheel in lijn met de postmoderne ideeën over onze omgang met het verleden, stelt De Soto dat onze vanzelfsprekende band met de oude choreografieën verbroken is. Begrijpen wij wel nog wat en waarom daar gedanst werd of wordt? Of waarom een werk als ‘mythisch’ werd omschreven? Is het niet interessanter om, eerder dan de dans zelf, aan het hedendaagse publiek te tonen welke betekenis toenmalige betrokkenen aan hun ervaring gaven? Wat de impact voor hen was?


Kortom, terwijl Ballet Vlaanderen kiest voor een reconstructie van de choreografie en daardoor de kloof met het verleden negeert – of toch niet op de scène expliciteert – stelt De Soto juist de latten en touwen ten toon waarmee kan worden gepoogd de kloof (gedeeltelijk) te overbruggen.

 

Documenterende kunst

De Soto plaatst zich hierbij in een traditie van documentaire of (zichzelf) documenterende kunst sinds de jaren 60. Ze begon met dit uitgangspunt te experimenteren na een uitnodiging van Culturgest in Lissabon om een hommage te creëren aan het ballet Le Jeune Homme et la Mort van Jean Cocteau en Roland Petit, dat in 1946 zijn première beleefde in Parijs. De vraag naar het waarom van de geponeerde mythische status motiveerde haar tot interviews met de toeschouwers die bij de première in de zaal zaten zo’n halve eeuw geleden. In histoire(s) projecteerde ze gegroepeerde fragmenten uit de gefilmde interviews op schermen die ze samen met een collega op verschillende plekken van het podium opzette en weer neerhaalde. (beeldfragment)  “Het zijn aanknopingspunten voor andere thema’s, die steeds tastbaarder worden”, schreef Jeroen Peeters, “De herinnering en het falen ervan, gissing en verdichting, het plezier van het vertellen en luisteren. De dood, het theaterleven tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog.” (artikel Jeroen Peeters)

De dood en het geweld van een niemand ontziende oorlog waren ook de centrale thema’s in De Groene Tafel. In de research die uiteindelijk leidde tot Débords ging De Soto ook voormalige dansers interviewen die met Jooss hadden gewerkt, uit verschillende taalgebieden. De Soto bepaalde de editing en ‘choreografie’ van en rond de schermen nu in interactie met meerdere medewerkers/dansers. De dynamische en ruimtelijke presentatie van het audiovisuele beeldmateriaal werd belangrijker. Er werden strategieën ontwikkeld om de toeschouwers ‘in het beeld te laten kruipen’ en de intensiteit van de herinneringen te laten voelen, bv. door delen van het beeld te verduisteren, het beeld dichterbij te brengen, …. In het donker tussen de schermen kon men de dansers zien lopen met attributen of bewegingen die naar de originele choreografie van De Groene Tafel verwezen, net zoals ook de nieuwe, zeer zuinige muziekscore gebruik maakte van vervormde snippers uit de originele partituur voor twee piano’s. Het grootste projectiescherm bungelde halverwege plots gekanteld heen en weer, als een referentie aan de diplomatentafel die in het ballet zo belangrijk is.

Niet alleen dans en audiovisuele presentatie hadden hun dramaturgie, ook thematisch werden de getuigenissen gegroepeerd van concrete herinneringen aan vorm en inhoud van het werk tot abstractere bespiegelingen over de politieke context en de plaats van kunst daarin. Het resultaat – Débords tourde internationaal maar niet in Vlaanderen; we zagen een voorstelling in Les Halles de Schaerbeek in 2012 – maakte ons toch vooral nog veel nieuwsgieriger naar … een hedendaagse belichaming van de originele choreografie op scène… (beeldfragment)

 

MEER

Wil je een glimp van de vervlogen voorstelling of van het praten over de vervlogen voorstelling? Gelukkig kan het, althans voor De Groene Tafel, vandaag nog allebei.

Online kan je, voor meer achtergrond, kijken naar een interview met Olga de Soto over haar werkproces of naar fragmenten uit oudere reconstructies van Le Jeune Homme et la Mort. en De Groene Tafel.