... is het cultureel erfgoed van de podiumkunsten? 

Het Firmament werkt een dienstverlening uit over de zorg voor het cultureel erfgoed van de podiumkunsten. Hoor je het in Keulen donderen? We geven je hieronder graag wat meer uitleg over de begrippen ‘cultureel erfgoed’, ‘podiumkunsten’ en ‘podiumkunstenerfgoed’.

 

Wat is ‘cultureel erfgoed’?

‘Erfgoed’ verwijst naar die sporen uit het verleden waaraan een gemeenschap vandaag belang hecht en die het aan de volgende generatie(s) wil doorgeven. 

Binnen het cultureel erfgoed onderscheidt men het roerend erfgoed van het immaterieel erfgoed. Roerend erfgoed is tastbaar en kan je verplaatsen. Immaterieel erfgoed is niet tastbaar: het zijn praktijken en technieken, gewoontes en gebruiken uit een ver of recent verleden, waarvoor een gemeenschap zich vandaag inzet om het door te geven aan volgende generaties. Immaterieel erfgoed evolueert dus ook mee met de tijd en past zich aan de omstandigheden en generaties aan.

Cultureel erfgoed is in het Vlaamse beleid een gemeenschapsmaterie die wordt gereguleerd door het Cultureel-erfgoeddecreet van 2008 (herzien in 2012) en onder de bevoegdheid van de minister van Cultuur valt. Aandacht voor immaterieel erfgoed kwam er (pas) met de intrede van de UNESCO-conventie ter bescherming van het immaterieel cultureel erfgoed in 2003. Sinds België in 2006 de conventie ratificeerde, heeft de Vlaamse overheid stapsgewijs een beleid hiervoor uitgewerkt. Zo ontwikkelde de overheid o.m. met www.immaterieelerfgoed.be een digitale databank en interactieve website voor het immaterieel cultureel erfgoed in Vlaanderen.

Een andere, bekende vorm van erfgoed is het onroerend erfgoed. Deze – al dan niet wettelijk beschermde – gebouwen, monumenten en landschappen zijn gebonden aan een specifieke plaats en worden als gewestmaterie beheerd door een eigen decreet en een eigen minister. Voor vragen rond onroerend erfgoed kan je terecht bij Herita, het steunpunt voor het onroerend erfgoed in Vlaanderen, of bij Dans’ant vzw voor onder meer specifieke expertise rond historische danszalen.

 

 

Wat zijn ‘podiumkunsten’?

In Vlaanderen gebruikt men ‘podiumkunsten’ doorgaans als een koepelbegrip voor theater, dans en tal van verwante disciplines, genres en vormen. We denken dan bijvoorbeeld aan mime, poppen- en figurentheater, straattheater, performance art, circus, volksdans, stijldans, variété, comedy, musical, opera,…

Muziek hoort, als zelfstandige kunstvorm, niet tot de categorie podiumkunsten in deze gangbare betekenis, al wordt muziek even vaak op een podium uitgevoerd. Voor advies over muzikaal erfgoed kan je in Vlaanderen terecht bij een afzonderlijk expertisecentrum, Resonant. Het Firmament en Resonant werken wel nauw samen telkens wanneer muziek (partituren, opnames, praktijken en tradities) een belangrijke rol speelt in het podiumkunstenerfgoed.

Podiumkunsten – het woord zegt het zelf – worden in hoofdzaak als kunstvorm gewaardeerd, of ze nu door professionelen of door liefhebbers worden beoefend. Toch spelen theater en dans ook een rol in aangrenzende domeinen. Zo krijgen sommige dansgenres een plaats in een sportieve context, denk maar aan kunstschaatsen en ritmische gymnastiek. Of zijn ze een onlosmakelijk onderdeel van feestelijke tradities en rituelen in Vlaanderen en ver daarbuiten, zoals het volksdansen of toneel in stoeten en processies. Hiervoor overlegt Het Firmament met respectievelijk Sportimonium. Meer dan een museum over sport, en LECA. Landelijk expertisecentrum voor cultuur van alledag.



Wat is cultureel erfgoed van de podiumkunsten?

Er is een brede erfgoedgemeenschap die podiumkunsten koestert en verantwoordelijkheid neemt om aspecten ervan door te geven aan volgende generaties. Podiumkunstenaars (theatermakers, regisseurs, acteurs, choreografen, dansers), medewerkers (administratieve, logistieke, technische), kostuum-, licht- en decorontwerpers en fans zijn door die gemeenschappelijke erkenning, waardering en zorg voor podiumkunsten(erfgoed) met elkaar verbonden.

Wat kan dit cultureel erfgoed van de podiumkunsten dan inhouden? Voor, tijdens en na een voorstelling wordt – al dan niet bewust - heel wat materiaal gegenereerd dat deel uit kan maken van het roerend podiumkunstenerfgoed. Promotiemateriaal, administratieve en juridische documenten kunnen waardevolle getuigen zijn van het recente of verre theater-en dansverleden. Scenografische tekeningen of instructies voor technici doen dit even goed. Kostuums, rekwisieten, decors of maquettes kunnen de speelstijl en dramaturgische aanpak van een kunstenaar of gezelschap weerspiegelen. Beeldmateriaal  – foto of film – kan een voorstelling prachtig evoceren. Ook recensies of briefwisseling kunnen veel vertellen over een voorstelling. Notities, flarden dansnotatie, beelden of boeken die de maker inspireerden kunnen dan weer een unieke inkijk geven in het creatieve proces. Al dit materiaal kan ons meer vertellen over de geschiedenis, evolutie en stijl van een podiumkunstenaar, -gezelschap of -cultuur. Omwille van theaterhistorische, esthetische of zelfs emotionele waarde kan een gemeenschap het de moeite vinden deze zaken te koesteren als erfgoed.

Binnen de podiumkunsten bestaan er ook veel technieken en praktijken die we als immaterieel podiumkunstenerfgoed kunnen beschouwen. Het zit in de hoofden, lijven en handen van gepassioneerde experten en wordt veelal mondeling en lichamelijk doorgegeven: van meester tot leerling, van generatie op generatie. Denk aan de traditie van het decorschilderen, de bijzondere kunst van het maken en bedienen van stangpoppen, specifieke acteerstijlen als commedia dell’arte of de techniek van de pirouette. Het vraagt tijd en veel oefening om deze technieken onder de knie te krijgen en dat maakt ze kwetsbaar. Sommige podiumkunstengenres hebben ook kenmerkende sociale gebruiken en rituelen: denk aan de wooncultuur van traditionele, rondreizende circussen of de sociale hiërarchie binnen rederijkerskamers. De podiumkunst zelf is bovendien in essentie ‘ongrijpbaar’. Als de voorstelling voorbij is (en niet werd gedocumenteerd), bestaat ze enkel nog in de herinnering van wie erbij was. Immaterieel erfgoed van de podiumkunsten kan dus zijn: het repertoire, technieken en praktijken in de  opvoering, ambachtelijke maaktechnieken, technieken en praktijken voor educatie, creatie en repetitie, sociale praktijken en rituelen.