volksschouwburg koninklijke nederlandse schouwburg bourla tentoonstelling felixarchief

Een van de mooiste theaters van Antwerpen was de verdwenen Vlaamse Schouwburg of Volksschouwburg uit 1874. Het werd opgericht als schouwburg voor het Nederlandstalige toneelgezelschap het 'Nationaal Toneel', voorloper van het theatergezelschap Koninklijke Nederlandse Schouwburg (KNS). Het gebouw kreeg de nodige allure om de vergelijking met zijn Franse tegenhanger, de Bourlaschouwburg, te kunnen doorstaan. De oorspronkelijke schouwburg omvatte naast de theaterzaal voor 1.300 toeschouwers, een concertzaal met daaronder een koffiehuis aan de achterzijde van gebouw.

Vanaf 1934 werd het theater verhuurd aan Volksmaatschappijen en amateurgezelschappen. In de volksmond had men het dan ook over de ‘Huurschouwburg’. Na de Tweede Wereldoorlog kreeg het Jeugdtheater er zijn vaste stek en werd de schouwburg het ‘Jeugdtheater’ genoemd.

Naar aanleiding van een brand in 1955 in cinema Rio (Luik), werd de brandveiligheid van cinema- en theaterzalen onder de loep genomen. De toenmalige schepen voor cultuur, Frans Tijsmans verdedigde de sloop van de Volksschouwburg met succes: op 29 juni 1959 volgde de gemeenteraad zijn voorstel en besliste tot de afbraak.

Het FelixArchief toont nog tot 8 februari enkele bijzondere stukken over de Schouwburg in een mini-tentoonstelling over het toneelleven in Antwerpen ten tijde van de Volksschouwburg en over bouw, afbraak, interieur en decors van het monumentale gebouw. Vaste leeszaalbezoeker Kenneth Ponsaers gaf vorm aan deze tentoonstelling, die sinds enkele jaren onderzoek voert naar de Volksschouwburg.