elsa darciel dans advn isadora duncan lea daan school voor eurythmie
ADVN, Antwerpen

Podiumkunstenerfgoed bij ADVN

Elsa Darciel (pseud. van Elza Dewette, 1903-1998) was een danseres, choreografe en pedagoge. Geboren in Sint-Amandsberg (Gent), kreeg ze van kindsbeen af het gevoel voor ritme en muziek mee. Tijdens de Eerste Wereldoorlog maakte ze via haar studies aan de Kensington High School in Londen kennis met dans en theater. Na haar terugkeer startte ze in 1919 een opleiding in schilderen en kostuumtekenen aan de Academie voor Schone Kunsten in Brussel. In 1924 werd ze, voor het einde van haar studie, door directeur Victor Horta uit de Academie gezet wegens haar flamingantische houding. Dewette had de pers ingelicht over een complot om academiedocent August Vermeylen te ontslaan vanwege zijn inzet voor de vernederlandsing van de Gentse universiteit. Elsa verwierf populariteit in de Vlaamse studentenkringen en werd bestuurslid bij het Groot-Nederlandse Dietsch Studentenverbond afdeling Brussel.

Darciel raakte in 1922 geïnspireerd door Isadora Duncans danstalent en zou bij haar les volgen in Nice. In Brussel vervoegde ze de klas in ritmische dans van Marthe Roggen en de balletklas van Jeanne Perifanos, terwijl ze de kost verdiende als journalist en illustrator van vrouwenbladen. Ze speelde als actrice in het Théâtre Rataillon van Albert Lepage in Brussel en startte in 1930 met een eerste Vlaamse dansschool in Elsene, de School voor Eurythmie. Bij gebrek aan Vlaamse kandidaten in Brussel moest ze verscheidene Franstalige leerlingen opnemen en gaf ze vaak les in het Frans. Dit leverde haar ontevreden reacties op bij het Vlaamse publiek. Tijdens cursussen bij Kurt Jooss in Duitsland na 1933 ontmoette ze haar Antwerpse collega Lea Daan.

In 1932 trad zij voor het eerst op met haar dansgroep in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel. Ze gaf nadien meer dan 400 dansavonden in heel Vlaanderen. Daarbij creëerde ze 35 grote balletten of ‘eurythmische spelen’, aanvankelijk expressionistisch (bv. gebaseerd op houtsneden van Frans Masereel), nadien met onderwerpen uit ‘Vlaamse’ literatuur en legenden zoals Tijl Uilenspiegel, Percevaal, De legende van Heere Halewijn, Pallieter, Beatrijs en de Twee Koningskinderen. Ze ontwierp de choreografie, de kostuums en het scenario. Sommige creaties waren gebaseerd op Oud-Nederlandse en Vlaamse liederen. Zij wist vele vooraanstaanden te begeesteren, onder wie Herman Teirlinck die veel van haar voorstellingen inleidde.

Vanaf 1937 begon Darciel ook zelf lezingen te geven. In 1941 werd Naar een Vlaamsche danskunst gepubliceerd, een uitgave van een voordracht voor de Katholieke Universitaire Vrouwenvereeniging en de Katholieke Vlaamse Hogeschool voor Vrouwen. Volgens Darciel moest, in deze periode waarin nationale identiteit opnieuw belangrijk werd, ook het Vlaamse karakter van de lichaamsbeweging worden herontdekt. Dit gebeurde niet door het veredelen van volksdansen, maar door het ‘nasporen van structuur en dynamiek van de Vlaamsche ziel en van overeenstemmende houding’ in de bewegingen van ‘de Vlaming in levende lijve’ of in schilderijen van Memlinc, Bouts en Breughel. Darciel zag haar standpunt door Duitse ‘wetenschappelijke psychophysiologische proeven’ bevestigd. Naast haar flamingantische engagement spande Darciel zich ook in voor de katholieke zaak. In Kortrijk gaf ze ‘bewegingsleer’ aan het Onze-Lieve-Vrouw-van-Vlaanderen-lyceum van 1936 tot 1941. In 1939 werd daar gedurende tien dagen met 1500 uitvoerders het massaspel Vredesoffer uitgevoerd, met ‘reien’ gechoreografeerd door Darciel.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef Darciel optreden, niet alleen voor Franstalige concertorganisaties in Brussel maar ook voor verenigingen als Volk en Kunst in Deinze en de Kunst- en Kultuurclub Tijl in Mechelen. In het Mechelse conservatorium werd ze bovendien in 1942 benoemd tot lerares bewegingsleer. Collaborerende bladen beschouwden haar geëngageerde kunstdans tijdens de oorlog als onderdeel van een nieuw cultuurbeleid dat de Vlaams-nationalisten maar al te graag wilden uitvoeren. In mei 1944 maakte Darciel de film Dans en traditie met producenten die ook propagandafilms voor het VNV en de DeVlag hadden gemaakt. Na de bevrijding stelde de Belgische justitie een dossier samen over haar activiteiten tijdens de oorlog, maar de feiten wogen te licht en het werd zonder gevolg geklasseerd.

Na de oorlog gaf ze lezingen over dans in de Verenigde Staten en was ze als choreografe verbonden aan de BRT (1951-1965). Ze doceerde ook bewegingsleer aan studenten toneel op het Koninklijk Muziekconservatorium in Brussel (1958-1969). In 1970 werd ze door koning Boudewijn gekroond tot ridder in de Orde van Leopold II.

 

Het archief van Elsa Darciel bij ADVN

Het archief van Elza Dewette bij het ADVN is een schenking van haar leerling Oscar Van Malder in 2013 en bevat foto’s van haar optredens, krantenknipsels, briefwisseling, programma’s, notitieboekjes, schetsen, affiches, scenario’s, partituren en dossiers inzake de BRT en de dansschool Elsa Darciel (zie inventaris). Het is raadpleegbaar mits tijdige verwittiging via publiekswerking@advn.be, behalve niet-uitgegeven documenten en dossiers die pas 30 jaar na opmaak raadpleegbaar zijn.

Het ADVN is een archief en onderzoekscentrum, erkend door de Vlaamse Gemeenschap als landelijk cultureel-archief. Vanuit een open maatschappelijke geest en gesteund op een wetenschappelijke methodologie, verzamelt, bewaart en beheert het ADVN het erfgoed omtrent de Vlaamse beweging in haar brede historische en thematische context.

 

LEES MEER

 

[Vrij gebaseerd op ADVN-Mededelingen (2014) nr. 45, 10-11 en S. Vos, Dans in België 1890-1940, Leuven, 2012, 302-303]